Q&A Genetisch gemodificeerde organismen

WAT ZIJN GGO’S?
Door middel van genetisch modificatie is het mogelijk om op een versnelde en meer gerichte wijze aan rassenveredeling te doen. Bij een genetisch gewijzigd organisme is het genetische materiaal fundamenteel veranderd door de mens. Het is een vorm van biotechnologie waarbij genetische eigenschappen van een plant of dier worden gewijzigd door veranderingen aan te brengen in het DNA, zonder dat er kruisingen gemaakt hoeven te worden.
MOGELIJKE VOORDELEN?
Door middel van genetische modificatie is het mogelijk om plantengewassen te ontwikkelen die resistent zijn tegen bepaalde ziektes en daardoor minder pesticidengebruik nodig hebben. De biotech industrie beweert dat ggo’s een hogere opbrengst zullen genereren en voorspelt ook plantengewassen op een dergelijke manier te kunnen wijzigen zodat ze onder droge omstandigheden of op verzilte gronden kunnen worden geteeld. Dit zijn gronden die vandaag niet geschikt zijn voor landbouw. Hierdoor hoeft geen nieuwe landbouwgrond te worden aangesneden en zou in bepaalde gevallen boskap kunnen worden voorkomen.
Volgens voorstanders van ggo’s zou deze technologie de sleutel zijn om het mondiale hongerprobleem te bestrijden en eveneens de landbouw aan te passen aan de gevolgen van klimaatopwarming.
Bij kritiek op ggo’s, stellen sommige wetenschappers dat de ene ggo de andere niet is: zo zouden er goede en slechte ggo’s bestaan.
MOGELIJKE NADELEN?
De ggo-technologie richt zich op het
model van de industriële landbouw. Dit is een model dat intensief gebruik maakt van externe grondstoffen, energie en kapitaal. Dit model is niet in evenwicht met lokale ecosystemen, maakt vaak intensief gebruik van dure chemicaliën en kunstmest en is verantwoordelijk voor de uitstoot van enorm veel broeikasgassen. Dit model richt zich op grootschalige monoculturen die een verdere bedreiging zijn voor de biodiversiteit en de bodemvruchtbaarheid aantasten. Verschillende rapporten tonen aan dat dit model niet het meest geschikte is om in te staan voor een rechtvaardige en duurzame voedselproductie wereldwijd. Zie het
rapport van de Speciaal Rapporteur voor het recht op voedsel – 2011). Een model van agro-ecologie gesteund op kortere ketens tussen boer en consument, kleinschaligere voedselproductie waarbij ingezet wordt op een grote variatie landbouwgewassen kan daarentegen wel zorgen voor een hogere productie, betere inkomens voor kleine boeren en kan tegelijk een negatieve milieu-impact vermijden.
Tot nu toe geen significante meeropbrengst. Na meer dan 10 jaar commercieel gebruik zijn ggo’s er nog niet in geslaagd aan te tonen dat zij een hogere opbrengst zouden kunnen genereren dan traditionele gewassen. Uit de Amerikaanse studie “Failure to yield” (van een aantal kritische wetenschappers) blijkt dat op termijn de opbrengst zelfs lager ligt dan bij gewone gewassen, omdat er allerlei neveneffecten optreden. Deze bevindingen worden bevestigd door de internationaal gerenommeerde studie
IAASTD-2008 (400 wetenschappers uit 60 landen) waarin gesteld wordt dat de meeropbrengst van agro-ecologische landbouw stukken hoger ligt dan bij ggo-landbouw en dat er nog te veel ongekende risico’s verbonden zijn aan het gebruik van ggo-gewassen.
Risico op meer pesticiden ipv minder: de gemodificeerde genen die vandaag al op grote schaal worden ingezet zijn voornamelijk genen die de plant herbiciden- of pesticidenresistent maken. Deze genen zorgen dus niet voor minder, maar juist meer chemicaliëngebruik in de landbouw. In Zuid-Amerika is aangetoond dat bij langer gebruik van herbicidenresistente ggo-maïs gewone kruiden ook resistent worden. Deze kunnen niet meer bestreden worden en zijn echte woekerplanten geworden. Ook bij insectenresistente gewassen blijkt dat na verloop van tijd ook andere (nuttige) insecten vernietigd worden. Natuurlijke biologische processen worden hierdoor verstoord.
Machtsconcentratie in de agrosector: de ggo-technologie is in de praktijk eigendom van een handvol multinationals als Monsanto, Syngenta, BASF en Bayer. Nu al hebben enkele agrobedrijven wereldwijd 90 procent van de zaadmarkt in handen. Tien bedrijven hebben wereldwijd 84 procent van de agrochemicaliën in handen. Ook de ggo-technologie zit in handen van dezelfde grote multinationale ondernemingen. Hoewel internationaal de regel geldt dat er geen patenten worden genomen op levende organismen, zorgde de uiterst machtige en kapitaalkrachtige biotech-lobby er voor dat hun transgene organismes toch als uitvinding gepatenteerd kunnen worden.
Onafhankelijkheid van boeren in het gedrang: ggo-landbouw maakt boeren afhankelijk van grote agroconcerns omdat er vaak een “terminator-gen” wordt ingevoerd, waardoor de ggo-planten geen of onvruchtbaar zaad vormen. Boeren kunnen vervolgens geen eigen zaaizaad voor het volgende seizoen oogsten en onderling uitwisselen, wat vooral in ontwikkelingslanden een ramp is. De grote ggo-giganten zorgen bovendien ook voor een koppelverkoop van zaden, herbiciden en meststoffen, met een contractueel verbod op het gebruik van zaaizaad. Boeren moeten dus jaarlijks de kassa’s van de voedselgiganten passeren. In opkomende landen als Argentinië, Paraguay of India worden boeren eerst gelokt met goedkoop zaad, maar na verloop van tijd moeten ze hoge royalty’s betalen.
Kan bio landbouw naast ggo-landbouw bestaan? In de EU bestaat nog onvoldoende regelgeving voor het creëren van zogenaamde “co-existentie”, die ervoor moet zorgen dat ggo-gewassen zich niet mengen met ggo-vrije gewassen. In de praktijk blijkt het praktisch onmogelijk en heel duur om de ggo- en ggo-vrije voedselstromen strikt te scheiden. Bij de maïsoogst is dat overduidelijk het geval omdat dezelfde machines worden gebruikt. Deze machines moeten na werkzaamheden op een ggo-veld grondig worden gereinigd. De co-existentie regelgeving spreekt zich enkel uit over de eventuele economische schade. Er wordt geen rekening gehouden met hobbytuinders, imkers en natuurwaarden. De Vlaamse regering wil de evaluatie van het co-existentiedecreet beperken tot maïs en uitstellen tot twee jaar nadat de eerste commerciële teelten zullen hebben plaatsgevonden. In Vlaanderen geldt voor maïs slechts een isolatieafstand van 50 meter terwijl dit in de meeste andere Europese landen minstens 200 meter bedraagt. In Bulgarije is dit zelfs 30 kilometer en in Frankrijk is deze ggo-maïs (MON 810) zelfs verboden. Het gevaar bestaat dat gemodificeerde genen zich gaan verspreiden in het milieu en natuurlijke varianten gaan ‘besmetten’, met het mogelijke gevolg dat er op termijn geen ggo-vrije landbouw meer kan bestaan (zoals dat in Canada al het geval is met koolzaad en in Spanje met biologische maïs).
Ggo’s zetten biodiversiteit verder onder druk. Deze bezorgdheid werd kwam eind 2010 nog naar boven in Nagoya waar de 10e internationale top over biodiversiteit werd gehouden. Aangezien aangetoond is dat gemodificeerde genen zich wel degelijk in het milieu verspreiden, is het risico op genetische vervuiling zeer groot. Zo blijkt dat in Mexico (herkomstland van de oorspronkelijke maïssoort) de natuurlijke maïs stilaan genetisch verontreinigd wordt door de aanwezigheid van genetisch gemodificeerde maïs. Aangezien in Mexico geen ggo-maïs wordt geteeld, wordt aangenomen dat deze vervuiling vanuit de VS overwaait. De onbesmette basissoort is van levensbelang als genetisch reservoir omdat terugkruising met de oorspronkelijke herkomstplant nodig kan zijn bij bedreiging van bv. nieuwe ziektes.
Vrije keuze van de consument? Aangezien het risico bestaat dat ggo-gewassen, natuurlijke varianten gaan besmetten, komt ook de keuzevrijheid van de consument in het gedrang. Deze kan niet langer kiezen voor ggo-vrije voeding. De voordelen/meerwaarde voor de consument zijn onvoldoende duidelijk. Onderzoek van de Europese Commissie van eind 2010 toont aan dat 70 procent van de Europese burgers tegen ggo’s is. In de EU woedt een politieke strijd om te verplichten dat op de voedseletiketten vermeld wordt dat de aangekochte producten ggo’s bevatten.
De risico’s en langetermijneffecten op milieu en volksgezondheid zijn onvoldoende onderzocht. Er bestaat nog zeer grote onzekerheid over de mogelijke impact van ggo's op de volksgezondheid op lange termijn. Daarover bestaat nagenoeg geen onafhankelijk lange termijn onderzoek. Uit een beperkt aantal studies over de effecten op zoogdieren blijkt wel een negatieve impact (o.a. vruchtbaarheidsstoornissen, impact op immuunsysteem, lever-, en nierstoornissen bij muizen, ratten en hamsters). Er zou dus zeker meer onafhankelijk onderzoek moeten gebeuren door overheidsinstanties vooraleer de gewassen grootschalig in te zetten voor voedselproductie.
Veel ggo's bevatten ook antibioticaresistente merkergenen, waardoor het risico dreigt dat deze antibioticaresistentie bij verdere verspreiding in de omgeving ook overgezet wordt op de mens. Dit is de reden waarom Europa in 2004 het gebruik van deze merkergenen heeft verboden. Daarom stapten vorig jaar de regeringen van Hongarije, Oostenrijk, Luxemburg, Polen en Frankrijk alsook vele milieuorganisaties naar het Europees Hof van Justitie om de toelating (maart 2010) van de GGO 'Amflora' aardappel van BASF aan te klagen. Deze Amflora is de eerste ggo die sinds vele jaren een toelating kreeg van de Europese Commissie terwijl deze ggo een gen bezit dat reistent is tegen een cruciaal antibioticum voor de bestrijding van tuberculose. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en het Europees Medicijn Agentschap (EMA) zijn bezorgd dat dit de resistentie voor dit "cruciaal antibioticum" zal vergroten.
Ethisch-filosofisch: hoe ver kan de mensheid gaan in het fundamenteel en onomkeerbaar aanpassen van de natuur en ecologische processen? Worden er met dit onderzoek niet een aantal grenzen overschreden? Het is noodzakelijk dit in een breder perspectief te plaatsen met respect voor ons ecosysteem en ons systeem van voedselproductie.
VELDPROEF IN WETTEREN
Wat is de onderzoeksopzet van de veldproef in Wetteren?
Op het proefveld in Wetteren heeft het consortium VIB, Ugent, ILVO en Hogeschool Gent genetisch gewijzigde aardappelen aangeplant met de bedoeling na te gaan in welke mate deze bestand zijn tegen de aardappelziekte. 26 variëteiten van de Durph aardappel (Universiteit Wageningen) en de Fortuna aardappel (BASF) worden getest in open veld. Beide types van ggo-aardappel kregen hun resistentie door het inbouwen van resistentiegenen afkomstig uit wilde aardappelen uit het Andes gebergte. Eén van de variëteiten bevat daarnaast ook een antibioticummerker om ze na de proef gemakkelijker te kunnen selecteren. De Fortuna aardappel bevat daarnaast ook een gen dat resistentie biedt tegen enkele BASF-herbiciden. Via deze proef is het de bedoeling te kijken welke aardappelvariant in volle grond het best bestand zijn tegen Phytophthora infestans, de schimmel die de aardappelziekte veroorzaakt.
Onderzoek naar ggo’s en de machtsconcentratie in de agro-sector zijn twee verschillende zaken en moeten niet met elkaar verward worden. Is het net daarom niet absurd dat het onderzoek in Wetteren geviseerd wordt? Het is toch net dit onderzoek dat vrij moet kunnen gebeuren en de multinationals die moeten worden aangepakt?
Toch is het niet evident deze van elkaar te scheiden. Onderzoek naar het creëren van nieuwe ggo-gewassen is zo duur dat het enkel weggelegd is voor enorm kapitaalkrachtige bedrijven. In het geval van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB), een ‘onafhankelijk’ onderzoeksinstituut, betekent dit dat er zeer intensief wordt samengewerkt met dergelijke bedrijven, in het bijzonder BASF. BASF heeft op zijn beurt een samenwerkingsakkoord met Monsanto om samen zoveel mogelijk commercieel interessante genen op te sporen en te patenteren. Dit onderzoek is dus niet zo onafhankelijk als UGent en VIB laten uitschijnen. Van de 27 ‘lijnen’ aardappelen in Wetteren, werd trouwens één lijn aangeplant met een BASF-variant: de Fortuna-aardappellijn. Wat de andere lijnen betreft worden deze zo goed als zeker op het eind van de rit verkocht aan de hoogste bieder.
Voor Groen! is vrijheid van wetenschappelijk onderzoek bijzonder belangrijk, maar het is net de dichte samenwerking van wetenschappers met actoren die niet kennis maar geld nastreven die de onafhankelijkheid en geloofwaardigheid van de hele wetenschap op de helling zet. Als het de UGent menens is met onafhankelijk en vrij wetenschappelijk onderzoek, dan maakt ze haar onderzoekscontracten openbaar. Bovendien wordt dit onderzoek met publieke middelen gefinancierd waardoor zowel overheid als onderzoekers verantwoording moeten afleggen over de maatschappelijke relevantie van dit onderzoek en waarom dergelijke ondersteuning voor onderzoek naar bv: biologische landbouw, agroforestry en bodemvruchtbaarheid zo goed als onbestaande is.
In de ‘ethische code voor wetenschappelijk onderzoek in België’ staat opgenomen dat wetenschappers het voorzorgsprincipe ten allen tijde moeten hanteren. Betekent dat niet dat we er kunnen van uit gaan dat alle risico’s voldoende zijn afgedekt?
Dit is inderdaad wat je zou verwachten. Volgens de Europese ggo-wetgeving kan er ook enkel toestemming worden verleend aan een ggo-veldproef als de veiligheid voor mens en omgeving kan gegarandeerd worden. Daarvoor doet de regering een beroep op de Adviesraad voor Bioveiligheid (ARB). Het advies over de veldproef in Wetteren was echter niet eenduidig
. Het grootste deel van de leden gaf een voorwaardelijk positief advies met een hele reeks noodzakelijke maatregelen om de risico’s te minimaliseren. In dit advies werd ook een minderheidsstandpunt opgenomen. Drie experten hadden nl. grote twijfels bij de risico’s van de veldproef. Hun belangrijkste bezwaren waren:
- De gg-aardappelen werden niet getest op toxische, allergene of andere schadelijke effecten en hoewel de proefaardappelen niet bestemd zijn voor consumptie kan niet gegarandeerd worden dat de gemodificeerde genen niet via kruisbestuiving alsnog in de voedselketen terecht komen;
- In een deel van de aardappelen werd een antibiotica resistentiegen ingebouwd dat resistentie verleent tegen antibiotica die van belang zijn in de menselijke gezondheidszorg. Europa verbiedt het gebruik van dergelijke genen sinds 31 december 2008
Aangezien de ARB geen consensus vond over deze proef en volgens het voorzorgsprincipe alle risico’s moeten worden geëlimineerd, ipv geminimaliseerd, is het duidelijk dat dit principe in dit geval niet werd gerespecteerd.
Wat zijn de toekomstplannen van de Vlaamse regering op vlak van ggo’s?
Het Vlaams regeerakkoord kiest voor meer innovatie in de landbouw zonder het specifiek over GGO’s te hebben. In de beheersovereenkomst met het ILVO (Instituut voor landbouw- en visserij onderzoek) behoort het wetenschappelijk onderzoek rond de GGO uitdrukkelijk tot hun kerntaak.
Het Vlaams parlement keurde op 1 juni een resolutie goed over ggo’s in Vlaanderen. Hierin wordt een kritiekloos pleidooi gevoerd voor de vrijzetting van ggo’s in het milieu. Groen! was de enige partij die zich tegen de goedkeuring heeft verzet. Het wel aannemen van deze resolutie zou betekenen dat we in het parlement geen vragen meer zouden mogen stellen over de rol van multinationals in het opdringen en commercialiseren van ggo’s. Dat we geen vragen meer zouden mogen stellen over de impact van ggo’s op milieu, natuur en gezondheid. De meerderheidspartijen willen al besluiten trekken nog voor er een echt debat is gevoerd en zelfs voor het wetenschappelijk proefproject is afgerond. De Vlaamse Groen!-fractie stelde voor om de tekst te vervangen door een vraag naar een volwaardig maatschappelijk debat.
NOOD AAN BREED MAATSCHAPPELIJK DEBAT
Groen! roept op tot een breed maatschappelijk debat over ggo’s. Waarom is dit nodig?
Het is duidelijk dat er geen brede maatschappelijke consensus bestaat over de invoering van ggo’s op brede en commerciële schaal, ook niet onder ‘wetenschappers’. Bovendien zijn er nog vele vragen die nog onvoldoende beantwoord zijn:
- Welke toekomst zien wij voor ggo’s,
- Welk landbouw model kiezen we om toekomstige generaties van voldoende voedsel te voorzien?
- Wat betekent dit voor de afhankelijkheidspositie van boeren t.o.v. multinationals, hier en in het Zuiden?
- Wordt het voorzorgsprincipe correct toegepast? Zijn alle risico’s voor mens, milieu en biodiversiteit van het vrijzetten van ggo’s in het leefmilieu voldoende gekend en onder controle?
- Is het ethisch te verantwoorden dat genetische codes van aardappelen, zaden en zelfs dieren (zie het Monsanto-varken) privé-eigendom zijn?
- Is de consument voldoende op de hoogte van wat er gebeurt met zijn voedsel en heeft hij de vrijheid om voor ggo-vrije voeding te kiezen
Europees onderzoek toont aan dat bijna 70% van de Europese burgers niet happig is voor ggo’s. Het is daarom essentieel eerst het debat aan te gaan alvorens ggo’s vrij te zetten in het leefmilieu. Dit debat mag zich niet beperken tot wetenschappers en politici maar moet gevoerd worden met de landbouw, de consumenten, het middenveld,…